|
1.
De
kogel is door de kerk: de kiel van de Penwy zit terug op zijn plaats. Een
belangrijk obstakel is hiermee overwonnen. Het is geen sinecure om een stuk
metaal van 150 kg door een smalle spleet te krijgen en zodanig te
positioneren dat het gat in de plaat mooi overeenkomt met het
bevestigingsoog voor de bout. Proficiat aan het team. Op 7 november zal de
Penwy intact te zien zijn. Er blijft nu nog maar één risicomoment over: de
tewaterlating.

2.
Het
in vorige editie van onze nieuwsbrief ingezonden stuk van Prof. dr. ir
Walter Van Loock met de alternatieve theorie over de impact van
windturbineparken heeft heel wat interne discussie teweeggebracht. Wanneer
deze commentaren ook neergeschreven zouden worden kunnen we misschien een
nieuwe poging wagen om onze eerder, maar zonder succes gestarte rubriek
“controverse”, nieuw leven in te blazen.
3.
Eerder
deze week had ik het voorrecht om, op initiatief van KVOZMA en georganiseerd
door ons medelid Benny Verbist, een bezoek te
brengen aan de Nederlandse marinebasis van Den Helder. Met dank aan Benny,
die heel wat hindernissen moest overwinnen. Onder andere is de persoon die
verantwoordelijk was voor de bestelling van de autobus in de loop van het
bestelproces overleden. Maar uiteindelijk is alles goed gekomen en hebben
we kunnen genieten van een heerlijke tweedaagse.
Op woensdag 26 augustus om 10u30 arriveerde onze autobus met 23 gegadigden,
(waartussen 6 RBRC'ers) aan het wachtlokaal van
de marinebasis. Vanaf het eerste ogenblik voelden we ons welkom, en zelfs
thuis. Opgevangen werden we door FKP Biermans, S3 (operaties) van de
Admiraliteit Benelux en zijn team. We leerden daar dat het operationeel
centrum, dat momenteel nog met beperkte bezetting 24u op 7 actief is, in
belangrijke mate wordt uitgebouwd tot een volwaardig MOC (Mar. Operation Center) voor operationele steun aan de
volledige vloot.
Tijdens een rondrit door de basis kwamen we onder de indruk van de
uitgestrektheid en de verscheidenheid van de verschillende aangemeerde
eenheden, enerzijds operationeel, anderzijds in onderhoud. Enkele
blikvangers (niet limitatief): de onderzeeër S803 Zeeleeuw, het LCF Fregat
F902 De Zeven Provinciën, de recent in de vaart genomen A834 Den Helder, combatsupport schip, en het platform voor
mijnenbestrijding M840 Vlissingen, zusterschip van onze M940 Oostende. Het patrouilleschip
P842 Friesland wordt voornamelijk in de Caraïben ingezet tegen drugs-en
mensensmokkel. Niettegenstaande de 9 in de nummering is de A900 wel
degelijk een Nederlands marineschip, een torpedohulpschip dat de duikboten
ondersteunt. De aanwezigheid van de F831 Van Amstel toonde aan dat
Nederland toch ook nog twee M-Fregatten van de Karel Doormanklasse in
dienst heeft. En ja,wie we daar ook troffen: de
Belgische zusterschepen F930 Leopold I en F931 Louise Marie. De Leopold I
moet zo snel mogelijk in orde gebracht worden om terug zijn door
machinepech onderbroken missie te kunnen opnemen. Deadline is 27 september.
Voorlopig onbeschikbare onderdelen mogen ontleend worden van de Louise
Marie die nu nog in groot onderhoud is.
De rondrit olv 1MC Bogaert had alles om prachtige
plaatjes op te leveren, maar helaas was er een strikt foto-embargo binnen
de basis. Wel hadden we ondertussen gezelschap gekregen van Georges
Janssens, (RBNRC'er nr
7) Die had wel een foto-vergunning, maar enkel de neutrale foto's die hij
maakte mogen gepubliceerd worden. Wij hopen U zo snel mogelijk een kijk
daarop te kunnen geven.
In het centraal recreatiecentrum De Witte Raaf met gezellig restaurant
werden we verwelkomd door FKP Luc Van Tricht (RBNRC'er
Nr.8) voor de traditionele woensdagse rijsttafel, “de blauwe hap”. Later op
de dag zouden we hem nog terugzien in zijn biotoop de Nederlands-Belgische
Operationele school (NLBEOPS) waar hij stafchef is.
Eerst hadden we nog een bezoek te goed aan de Rijkswerf, waar we voorzien
van groene helm en de schoenen overtrokken met veiligheids
neuzen Dok 6, een overdekt droogdok, betraden. Het zicht was overweldigend,
want de F803 Tromp was momenteel in onderhoud. Op zich is dat al een
indrukwekkend schip, maar bekeken vanaf de zijlijn in een gesloten hangar
lijkt het nog veel imposanter.
Op clumsy schoeisel ging het dan naar de Louise
Marie, die zijn droogdokbeurt al achter de rug had, maar waarop de andere
werkzaamheden nu in volle gang waren. Ik heb al heel wat schepen bezocht,
maar nog nooit kreeg ik een completer en duidelijker beeld van de
mogelijkheden van een schip dan op die woensdag 26 augustus onder leiding
van LTZ François.

Daarna ging het dan naar het gebouw Zeearend waar binnen NLBEOPS bijna 150
instructeurs jaarlijks een drieduizend militairen opleiden met de hulp van
simulatoren van alle aard. Met de op stapel staande nieuwe eenheden en de
razendsnelle evolutie van de wapensystemen vormt deze school een
fundamentele basis voor de verdere ontwikkeling van onze Marines. Dit alles
werd aanschouwelijk in de verf gezet door FKP Van Tricht, stafchef van
NLBEOPS. Gewoontegetrouw is de bevelhebber steeds een Nederlandse officier,
de stafchef een Belg.
Moe maar tevreden en vooral trots mocht het gezelschap de basis verlaten in
de vaste overtuiging in de samenwerking van de Nederlandse en Belgische
Marines een voorbeeld gezien te hebben van hoe een pan-Europese defensie
zou kunnen opgebouwd worden. Wij waren ook getuige van de manier waarop de
amper 50 Belgen, eventueel aangevuld met de bemanningen van de aangemeerde
Belgische schepen, toch een rol van betekenis vervullen binnen de
vierduizendkoppige populatie van de basis. We zijn hen ook enorm dankbaar
voor de geboden gelegenheid en de ondervonden gastvrijheid.
De tweede dag van de trip was niet minder interessant en overweldigend met
een bezoek aan het marinemuseum van Den Helder, met o.a. zijn
spectaculaire blikvanger onderzeeboot Tonijn en het Nationaal Militair Museum in Soesterberg.
Dit alles beschrijven zou ons te ver leiden. Mogen we ons daarom beperken
tot een verwijzing naar bovenstaande links? Beperken we ons tot de
vaststelling dat we in België nog heel veel te leren hebben van de
Nederlanders. Stel U voor dat we in Antwerpen nog altijd moeten vechten
voor een Scheepvaartmuseum.

4.
Er
is (voorlopig?) een einde gekomen aan de langdurige droogte, die het
economisch leven in West-Europa in belangrijke mate dreigde te beperken, om
nog niet te spreken van de andere negatieve gevolgen. De droogte stopte
juist op tijd om te vermijden dat Scheldewater zou worden overgepompt in
het Kanaal Gent-Terneuzen om het waterpeil op niveau te kunnen houden. (DS
17/8/2026) Toevallig kon ik tijdens de afgelopen veertien dagen persoonlijk
de situatie ter plaatse ondervinden tijdens een boottocht op de Gentse
binnenwateren. We kwamen toen met anderhalf uur vertraging aan op onze
bestemming omdat de sluis van Evergem op het noordervak
van de Ringvaart enkel mocht draaien met volle bezetting.
Maar mijn interesse in de situatie dateert nog van bij de aanvang van mijn
carrière in 1967-1968. De eerste belangrijke opdracht die ik toen op mijn
bordje kreeg was de aanleg van een pijpleiding die met een capaciteit van
600 m3 per uur kanaalwater vanuit het kanaal Gent-Terneuzen over ongeveer 1
km naar de fabriek moest pompen als koelwater. Toen al was er een zekere
verzilting merkbaar zodat de te plaatsen leiding in gietijzer moest
uitgevoerd worden. Anecdotisch kan ik wel
vertellen dat de startup toen echt letterlijk en figuurlijk een nachtmerrie
iwas. Een gietijzeren leiding kan niet gelast
worden, maar de buizen moeten in elkaar geschoven worden en afgedicht met
rubberen ringen. En vooraleer al die buizen voldoende gestabiliseerd waren
opdat de ringen er niet meer uitfloepten zijn er wel heel wat dagen en
nachten overheen gegaan. Maar dat terzijde.
Het gaat over de verzilting. In een kanaal dat via sluizen toegang geeft
tot een Schelde die ter hoogte van Terneuzen al een behoorlijk zoutgehalte
heeft is een zekere verzilting normaal. Maar wanneer dat Scheldewater
zonder meer in het kanaal wordt gepompt om het waterpeil te behouden
spreken we van een andere grootteorde. En daar zijn de meeste industriële
installaties niet op voorzien, We kunnen dus besluiten dat we aan een groot
onheil ontsnapt zijn, te meer omdat de verzilting niet stopt bij de
kanaaloevers maar ook het grondwater in de omliggende terreinen aantast,
met schade aan landbouw en milieu.
5.
Opnieuw
worden de nostalgici verwend, ditmaal door Flows
(22/8/2026). In hun zomerreeks blikken ze terug op de
rol van Fort St Marie in Kallo als marinesteunpunt in het verleden, en verheugen ze zich
met ons op de geplande terugkeer van de Marine naar het fort, als
uitvalsbasis voor een eenheid Marinefuseliers met
als focus de maritieme beveiliging van de Antwerpse en andere havens. Het
is een artikel van medelid Paul Verbraeken die
onze erecommodore Patrick Van den Bulck laat
vertellen over de marine aanwezigheid in het fort.
Zoals gekend is Fort St Marie oorspronkelijk gebouwd door Alexander Farnese in de 16de eeuw, tijdens de belegering van
Antwerpen die leidde tot de overgave van de stad in 1585. Het fort, dat
toen eigenlijk niet meer was dan een aarden schans, diende als bruggenhoofd
voor de beruchte vlotbrug waarmee de Spaanse veldheer de Schelde had
afgesloten. In de 19de eeuw werd het dan drastisch verbouwd om ingeschakeld
te worden in de Scheldeverdediging van het door Brialmont
versterkte Nationaal Reduit Antwerpen en kreeg
het zelfs een torpedo-lanceerinrichting.
Samen met een aantal van onze leden die nog als reserveofficier gediend
hebben bij de toenmalige Zeemacht heb ikzelf ook goede herinneringen aan
het fort. Ik leerde het kennen via enkele wederoproepingen, waaronder een Wintex-oefening. Maar vooral denk ik terug aan de
legendarische rijsttafels die onder andere tot doel hadden om de banden met
de havenindustrie nauwer aan te halen, een vroegtijdig pr-initiatief ten
bate van het contact leger-natie
6.
Vorige
maand werd in deze rubriek melding gemaakt van een Russische aanval op een
Oekraïens graanschip. Toen leek dit een geïsoleerd incident te blijven,
zodat de hoop bestond dat dit niet zou escaleren tot een ware graanoorlog.
Fout dus. Getriggerd door de voortdurend Oekraïense aanvallen op
olie-installaties in Rusland hebben de Russen het broze akkoord over de
vrije doorgang van de graanschepen, dat bestond sinds kort na het begin van
de vijandelijkheden, terug de wacht aangezegd. Sinds eind juli heeft geen
enkel graanschip de haven van Odessa nog kunnen verlaten en ook de haven
van Izmajil aan de monding van de Donau krijgt de
volle laag. Antwoorden van de Oekraïners lieten niet lang op zich wachten
en in de Russische haven Novorossiysk vielen zij
op hun beurt graansilo's aan. Olie en graan zijn nu terug oorlogswapens.
Het graan zal er zeker niet goedkoper op worden.
Sinds de Oekraïners de Russische Marine zo goed als verdreven had uit de
westelijke Zwarte Zee lijkt het tij nu terug te keren. De Russen gebruiken
nu gesofistikeerde drones en raketten waarmee ze terug de hele zee kunnen
bestrijken. In juni en juli werden zo al 50 schepen geraakt.(DS 17/8/2026).
En sinds op 23 augustus Poetin de doos van Pandora ter sprake bracht, kan
een ernstige escalatie verwacht worden, tenzij het een loze dreiging was,
bestemd voor de eigen Russische achterban,
7.
Tijdens
een zware storm in de nacht van 12 op 13 december 1912 ging het lichtschip
West-Hinder, een voorloper van ons huidig Lichtschip 3 West-Hinder, in nog
niet helemaal opgehelderde omstandigheden ten onder. De volledige bemanning
kwam daarbij om.
De meest waarschijnlijke verklaring is dat het Duitse stoomschip Ekbatana met zijn sleep, de lichter Minnie
te dicht was genaderd, Door de zware stroming werd de Minnie
tegen het lichtschip gedrukt waardoor een lek ontstond. De kapitein van de
West-Hinder moet nog een poging gedaan hebben om van zijn standplaats los
te komen in de hoop daardoor de Minnie te kunnen
lossen, maar het schip verloor zijn stabiliteit, kapseisde en zonk. De
kapitein van de Ektebana zou nooit een verklaring
over dit ongeval hebben afgelegd. Hij heeft alleen bij zijn aankomst in
Vlissingen gemeld dat zijn sleepkabel gebroken was, en hij zijn sleep
tijdens de storm had kwijtgespeeld. (De geschiedenis der Belgische
lichtschepen. Michaël Marckaert)
Het wrak van de West-Hinder is nu beschermd cultureel erfgoed onder water,
en er mag slechts mits vergunning naar gedoken worden. Tussen 2019 en 2022
was het, samen met het wrak van de SS. Kilmore,
voorwerp van een grondige opruimactie waarbij maar liefst 2,5 ton visserslood
werd gerecupereerd. Wat dan met alle andere wrakken in de Noordzee? Zie
verder in deze nieuwsbrief in een artikeltje van Georges Janssens.
8.
Op
woensdag 26 augustus ging de slagboom omhoog aan het wachtlokaal van de marinekazerne in Sint-Kruis Brugge, om de 50 eerste
jongeren toe te laten die volgens het nieuwe statuut gedurende één jaar
vrijwillig legerdienst zullen doen. Het is een primeur voor ons land,
binnenkort starten nog eens 450 kandidaten.(DS 27/9/2026).
9.
De
voordracht van onze penningmeester Filip Reyniers tijdens de academische
zitting rond het 60-jarig bestaan van onze club vorig jaar heeft heel wat
weerklank gehad. Zo werd hij geselecteerd om iets gelijkaardigs te brengen
op de jaarbijeenkomst
van de Europese Marine-Academies op 13 en 14 oktober in het Havenhuis (Gildenhuis der Vrije Schippers) op de Graslei in Gent. Op 14 oktober om 9u30 zal hij spreken
over: “From Sea Blindness
to Sea Power. Belgium's
Maritime Strategy at High Tide. Deelname is
gratis, eventuele lunches kosten 30€.
10.
En
dan nog ter herinnering:
– 5 september: Dag der Zeelieden. Antwerpen. (wijziging van de gehuldigden: zie verder in deze nieuwsbrief.)
– 5 & 6 september. Scheldefestival
Zeescouts. Antwerpen L.O
– 9 september: Happy Hour RBNRC-KVOZMA a/b Angèle
– 13 september: Open Monumentendag Lichtschip 3 West-Hinder, M477
Oudenaarde, Rijn en Binnenvaartmuseum.
– 14 september. Colloquium KHID en WHI, met Filip Reyniers.
Willy 30/08/2026
|